Rationale

Uit DERA
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
ArchiMate-eigenschapdefinitie Rationale
Eigenschapdefinitie-id  : Id-3e46e52e-e163-8013-9e01-b60cad14ebd5
ArchiMate-model  : DERA 4.0
Datatype  : string
Meest voorkomende waarden top-20  : 
  • De inspanningen van erfgoedinstellingen moeten gericht worden op hetzelfde doel: het vergroten van de maatschappelijke waarde van erfgoed door de gebruiker centraal te stellen. Samenwerking is hier voor de sleutel. Zie ook de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed. (1)
  • De bruikbaarheid van erfgoedinformatie verschilt per gebruiker en per toepassing. Het is als bronhouder of aanbieder onmogelijk deze vast te stellen en de erfgoedinformatie specifiek daarop in te richten. De bronhouder kan slechts zorgen dat zoveel mogelijk beschikbare informatie op een zo duidelijk mogelijke manier beschikbaar is en blijft, zodanig dat de gebruiker zelf kan vaststellen of de erfgoedinformatie bruikbaar is. (1)
  • Gebruikers moeten kunnen vaststellen dat erfgoedinformatie integer, betrouwbaar en authentiek is. Dat betekent dat er vastgesteld moet kunnen worden door de gebruiker, en aangetoond door de erfgoedinstelling, dat erfgoedinformatie niet onbedoeld veranderd is. Tevens moet de gebruiker kunnen vaststellen wat er nodig is om erfgoedinformatie te kunnen interpreteren. (1)
  • Ook buiten de gezamenlijke erfgoedinformatie is informatie aanwezig die relevant is voor een of meerdere gebruikers. Dit kan niet-publieke informatie van de gebruiker zelf zijn of een informatiebron van derden. De gebruiker moet deze kunnen combineren met de gezamenlijke erfgoedinformatie. (1)
  • Niet het aanbod van een erfgoedinstelling, maar de vraag van een gebruiker staat centraal. Deze vraag zal het aanbod van een individuele erfgoedinstelling kunnen overstijgen. (1)
  • Gebruikers bepalen de maatschappelijke waarde van het erfgoed. Zie de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed. (1)
  • Bronhouders moeten zelf bepalen welke erfgoedinformatie zij beschikbaar stellen of van anderen betrekken (zie doel 1.2). Generieke voorzieningen stellen geen inhoudelijke, kwalitatieve eisen aan erfgoedinformatie: de voorzieningen zijn neutraal. (1)
  • Authenticiteit toont aan dat het informatieobject is wat het beweert te zijn, dat het is gemaakt of verzonden door de persoon of organisatie die beweert het te hebben gemaakt of verzonden en dat het is gemaakt en verzonden op het tijdstip als aangegeven bij het informatieobject (ontleend aan de NORA). Zie operationeel doel 2.<br/>Alle handelingen (bijvoorbeeld migratie, normalisatie bij ontvangst) die in de loop der tijd met het informatieobject uitgevoerd worden, kunnen invloed hebben op de authenticiteit en dienen dus te worden verantwoord. Zie operationeel doel 4. (1)
  • De beschikbaarheid bepaalt of en hoe de gebruiker erfgoedinformatie direct kan gebruiken en of die op lange termijn ook nog kan worden gebruikt, bijvoorbeeld wanneer onderzoeksresultaten moeten worden geverifieerd. De bronhouder heeft de verantwoordelijkheid om voldoende relevante informatie vast te leggen op basis waarvan de gebruiker de bruikbaarheid en de interpreteerbaarheid van erfgoed informatie kan inschatten. Dit kan voor digitale informatieobjecten en voor metadata verschillend uitpakken. Zie operationeel doel 2 en operationeel doel 4. (1)
  • Verwijzingen van derden kunnen contextinformatie opleveren die helpt te bepalen of de erfgoedinformatie bruikbaar is. Zie operationeel doel 2).<br/>Door erfgoedinformatie verwijsbaar te maken en te houden, kunnen anderen ernaar verwijzen en kan de erfgoedinformatie eenvoudiger worden gevonden. Zie operationeel doel 1.<br/>Door erfgoedinformatie verwijsbaar te maken, kunnen anderen er informatie aan toevoegen. Zie operationeel doel 3. (1)
  • De verwijzingen vormen onderdeel van de context en helpen de bruikbaarheid van de erfgoedinformatie vast te stellen. Zie operationeel doel 2.<br/>De verwijzingen kunnen helpen om een object vanuit de gerelateerde context vindbaar te maken. Zie operationeel doel 1. (1)
  • Door de gezamenlijke erfgoedinformatie zoveel mogelijk op eenzelfde manier te presenteren, kan de gebruiker snel de inhoud en de bruikbaarheid van objecten van meerdere aanbieders vaststellen en vergelijken. Zie operationeel doel 1.<br/>Gebruiksvriendelijkheid zorgt ervoor dat de gebruiker eenvoudig kan bekijken of de erfgoedinformatie voor hem/haar interessant of bruikbaar is. Zie operationeel doel 2.<br/>Aansluiting bij actuele technologie (migratie, emulatie) zorgt ervoor dat ook toekomstige gebruikers erfgoedinformatie als zodanig kunnen blijven herkennen en gebruiken. Zie operationeel doel 4. (1)
  • Eenduidige beschrijvingen helpen de gebruiker de bruikbaarheid van erfgoedinformatie vast te stellen. Zie operationeel doel 2.<br/>De eenduidige beschrijving vormt de context en maakt verder navigeren mogelijk. Zie operationeel doel 1. (1)
  • Het netwerk van erfgoedinformatie is omvangrijk en uiteenlopend. Het is onmogelijk dit netwerk centraal te organiseren en overkoepelende voorzieningen in te richten die voldoen aan alle verschillende behoeften. Daarnaast is het onwenselijk dit netwerk centraal te organiseren, omdat de duurzaamheid van zo’n centrale organisatie moeilijk te garanderen is. Daarom moeten deelnemers aan het netwerk zichzelf organiseren en eigenhandig zorgdragen voor het beschikbaar stellen en delen van erfgoedinformatie. Deze autonomie voorkomt afhankelijkheden en bevordert flexibiliteit. Iedereen is ervoor verantwoordelijk dat de informatie op zo’n manier wordt aangeboden dat gebruikers geen last hebben van de verscheidenheid van het netwerk. Zie operationeel doel 1. (1)
Gebruikt door  :