Architectuurpatronen

Uit DERA
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

De DERA-bedrijfsarchitectuur in de DERA Encyclopedie omvat normatieve uitspraken, die als kader dienen voor de (toekomstige) ontwikkelingen in de erfgoedsector. Er zijn verschillende manieren waarop instellingen invulling kunnen geven aan het bereiken van die SOLL-situatie. Dit hoofdstuk beschrijft architectuurpatronen: praktische oplossingen die binnen de erfgoedsector worden gebruikt voor concrete implementatievraagstukken. De patronen zijn informatief van aard en vormen een aanvulling op de DERA-principes en de bedrijfsarchitectuur. In veel gevallen zijn de patronen een verdere concretisering van de bedrijfsarchitectuur, in termen van samenwerkende referentiecomponenten en gebruikte standaarden. Sommige patronen bieden ook een verbreding of verdieping van onderdelen van de bedrijfsarchitectuur. De patronen beschrijven niet de enige mogelijke invulling; er kunnen alternatieven bestaan die hier niet benoemd zijn.

De architectuurpatronen geven een beeld van de mogelijke toekomstige ontwikkelingen van de DERA zelf. Indien bepaalde patronen zich in verschillende situaties bewijzen als 'best practices', kunnen ze geïntegreerd worden in een volgende versie van het normatieve deel van de DERA. Ook kunnen ze de basis vormen voor een nog uit te werken applicatiearchitectuur.

De patronen geven op nog een andere manier inzicht in toekomstige ontwikkelingen. Terwijl de kaders van de DERA een SOLL-situatie representeren, komen de patroonbeschrijvingen voort uit de huidige praktijk. Erfgoedinstellingen werken gezamenlijk toe naar invulling van de architectuurkaders, waardoor het gehele digitale erfgoedlandschap stap voor stap naar het gewenste eindbeeld gaat. Omdat projecten gerealiseerd worden in dat veranderende landschap, zijn soms tussenstappen nodig die tijdelijk invulling geven aan behoeften die in het eindbeeld op een structurele manier zijn ingevuld – bijvoorbeeld via nog te realiseren generieke voorzieningen of nog nader in te vullen sectorbrede afspraken. Patronen representeren dus niet noodzakelijkerwijs de beoogde eindsituatie, maar kunnen een noodzakelijke stap beschrijven op weg naar dat gezamenlijke eindbeeld.

De DERA-keten

Bovenstaande diagram toont een vereenvoudigde weergave van de DERA-keten, afgeleid uit de beschrijving van de bedrijfsfuncties in de DERA-bedrijfsarchitectuur. Dit diagram biedt een raamwerk waarbinnen de patronen kunnen worden gepositioneerd.

DERA-keten.png

Structuur van een architectuurpatroon

De patronen in dit hoofdstuk worden steeds beschreven in hetzelfde stramien. Dit maakt de beschrijvingen herkenbaar en vergelijkbaar.

Een patroon is als volgt opgebouwd:

1. Synoniemen
Andere aanduidingen voor het patroon.
2. Inleiding en aanleiding
Biedt een korte beschrijving van het doel en de achtergrond van het patroon, maakt duidelijk waarom het patroon nodig is (welk probleem lost het op, in welke behoefte voorziet het).
3. Werkingsgebied
Geeft aan waar binnen de erfgoedsector het patroon wordt toegepast. Per werkingsgebied kunnen andere typen informatie een rol spelen of andere standaarden worden gebruikt. Het gaat hierbij niet zozeer om het type erfgoedorganisatie ('museum', 'archief', 'bibliotheek', etc.), maar om het type erfgoedinformatie waarmee een organisatie te maken heeft. Een museum, bijvoorbeeld, kan immers ook een bibliothecaire afdeling hebben. Eén erfgoedorganisatie kan dus in meerdere werkingsgebieden vallen.
4. Toepassingsgebied
Beschrijft waarvoor het patroon wordt toegepast.
5. Status
Geeft aan wat de status van het patroon is ten opzichte van de DERA-visie:
  • Status tijdelijk.png Tijdelijke patroon dat een noodzakelijke of nuttige tussenstap is op het groeipad naar de DERA-visie, maar dat op termijn niet langer nodig of gewenst is.
  • Status concept.png Conceptpatroon dat requirements invult die in de praktijk nog (verder) getoetst moeten worden.
  • Status groei.png Groeipatroon dat requirements in ieder geval voor een deel invult, maar mogelijk nog niet volledig.
Een patroon dat requirements volledig invult en voldoende getoetst is, is kandidaat om opgenomen te worden in de DERA-bedrijfsarchitectuur.
6. Voorbeelden
Beschrijft concrete voorbeelden van situaties waar dit patroon wordt toegepast.
7. Architectuur
Een inhoudelijke architectuurbeschrijving van het patroon: geeft aan welke architectuurlagen worden geraakt, uit welke componenten/elementen (processen, diensten, referentiecomponenten[1], standaarden, etc.) het is opgebouwd en hoe die samenhangen.
8. Positionering in DERA
Duidt aan waar in / ten opzichte van de DERA en de DERA-keten dit patroon kan worden gepositioneerd en of het al dan niet leidt tot aanvullingen op de huidige inhoud van de DERA. In de positionering wordt steeds de verbinding gelegd met requirements die de DERA stelt aan bedrijfsfuncties en diensten die horen bij het patroon.

Overzicht van Architectuurpatronen

In dit hoofdstuk zijn de volgende Architectuurpatronen uitgewerkt:

  1. Vindbaar maken van gestandaardiseerde termen
  2. Vindbaar maken van organisaties en datasets
  3. Vindbaar maken van verbindingen in erfgoedinformatie
  4. Wasstraat
  5. Langetermijnbewaring (OAIS)
  6. Verrijkingen
  7. Auteursrechten en licenties
  8. Aggregator

Voetnoten

  1. Een referentiecomponent is een functioneel samenhangend (deel van een) systeem, herkenbaar als een zelfstandige functionele eenheid, bijvoorbeeld "Tekstverwerker". De functionaliteit kan ingevuld worden door een concreet softwarepakket, bijvoorbeeld "LibreOffice Writer". Eén product kan de functionaliteit van meerdere referentiecomponenten invullen, bijvoorbeeld "LibreOffice Suite".