Vindbaar maken van verbindingen in erfgoedinformatie

Uit DERA
Ga naar: navigatie, zoeken

Synoniemen

  • Relatievinder
  • Knowledge Graph

Inleiding en aanleiding

Bronhouders gebruiken termen uit terminologiebronnen om hun erfgoedinformatie te beschrijven. De ene bronhouder heeft bijvoorbeeld een schilderij van Rembrandt in zijn collectie en gebruikt de term[1] Rembrandt in de beschrijving ervan. De andere bronhouder beheert eveneens een schilderij van Rembrandt en gebruikt daarvoor dezelfde term.

Toch betekent dit niet dat gebruikers de erfgoedinformatie vervolgens kunnen vinden. Zij weten immers niet hoe erfgoedinformatie, afkomstig van verschillende bronhouders, samenhangt en verbonden is. Dit architectuurpatroon schetst een oplossingsrichting om verbindingen in erfgoedinformatie vindbaar te maken die binnen het Netwerk Digitaal Erfgoed verder wordt uitgewerkt.

Werkingsgebied

Het vindbaar maken van verbindingen (kortweg: de relatievinder) als patroon kan zowel op het geheel aan beschikbare bronnen over alle werkingsgebieden worden toegepast, als op een deel van de beschikbare bronnen, bijvoorbeeld wanneer bronhouders zich organiseren binnen een werkingsgebied. Het volgen van hetzelfde patroon bij het inrichten van een eigen instantie (exemplaar) van de relatievinder zorgt ervoor dat informatie en service-interface meer uniform en uitwisselbaar blijven.

Toepassingsgebied

Het architectuurpatroon wordt toegepast om verbindingen in erfgoedinformatie vindbaar te maken. Daarbij richt het patroon zich op geautomatiseerd gebruik door applicaties van dienstverleners, niet op handmatig gebruik door mensen. Het is aan dienstverleners om op basis van de gevonden relaties dienstverlening aan te bieden (bijvoorbeeld door een zoekmachine te maken, toegespitst op de behoeften van de gebruikers van de dienstverleners).

Een relatie is een verbinding tussen bijvoorbeeld informatieobjecten en termen. Zo hebben De Nachtwacht en De anatomische les een relatie met Rembrandt. Een relatie is ook een verbinding tussen informatieobjecten onderling. Zo kan de ene bronhouder de eerste bladzijde van een historisch document beheren en de andere bronhouder de tweede bladzijde. De bronhouders kunnen deze objecten verbinden door in hun beschrijvingen een relatie op te nemen naar elkaars bladzijde.

Dit architectuurpatroon beschrijft het vindbaar maken van dergelijke verbindingen aan de hand van duurzame identifiers; de zoekvragen van (de applicatie van) de dienstverlener en de antwoorden van de relatievinder bestaan enkel uit identifiers. Als dienstverleners meer informatie over deze identifiers willen hebben, dienen zij de informatie zelf op te vragen bij de bronsystemen van bronhouders door de identifiers te volgen.

Status

Status concept.png Conceptpatroon: het patroon wordt op hoofdlijnen beschreven om een indruk van de gewenste functionaliteit te geven. Het patroon is echter nog niet af en wordt in een toekomstige versie van de DERA verder uitgewerkt.

Voorbeelden

Architectuur

Het architectuurpatroon raakt vier lagen in de architectuur:

  1. In de bedrijfslaag bestaat het architectuurpatroon uit een dienst die een beheerder aanbiedt aan dienstverleners in het netwerk, business-to-business. Dienstverleners bevragen de dienst. De dienst zoekt vervolgens naar de verbindingen tussen de erfgoedinformatie die door bronhouders wordt aangeboden.
  2. In de applicatielaag bestaat het architectuurpatroon uit een applicatie, relatievinder. Een beheerder biedt de relatievinder aan aan softwareleveranciers van dienstverleners, application-to-application. De relatievinder is te benaderen via services met geautomatiseerde koppelvlakken. Toepassingen van dienstverleners spreken de services aan om te zoeken naar relaties. De functionaliteit van de services dient nog bepaald te worden.
  3. In de informatielaag dient het achterliggende informatiemodel nog bepaald te worden.
  4. In de technologielaag bestaat het architectuurpatroon uit een IT-infrastructuur. De infrastructuur heeft afdoende capaciteit om door dienstverleners in het netwerk bevraagd te kunnen worden.

De use case van het architectuurpatroon zou er als volgt uit kunnen zien:

Startconditie: een dienstverlener wil een bepaalde dienst aan zijn gebruikers leveren, bijvoorbeeld door informatie over en afbeeldingen van schilderijen van Rembrandt te presenteren (bedrijfsfunctie: Dienstverlening aan afnemers). Hij bepaalt daartoe welke identifiers nodig zijn om de bijbehorende erfgoedinformatie te vinden, bijvoorbeeld de identifiers van de termen schilderij en Rembrandt uit een bepaalde terminologiebron.

  1. Een dienstverlener geeft in zijn systeem de identifiers op en start een zoekactie.
  2. Het systeem van de dienstverlener verstuurt de identifiers naar de relatievinder.
  3. De relatievinder zoekt naar identifiers die gerelateerd zijn aan de identifiers van de dienstverlener en geeft het resultaat terug aan het systeem van de dienstverlener. De wijze van zoeken van de relatievinder dient nog verder uitgewerkt te worden.
  4. Het systeem van de dienstverlener ontvangt het resultaat.

Eindconditie: het systeem van de dienstverlener verwerkt het resultaat. Het systeem kan bijvoorbeeld de erfgoedinformatie van de identifiers opvragen bij de bronsystemen van bronhouders. Of het systeem kan doorzoeken naar nieuwe verbindingen door een nieuwe zoekactie te starten met de gevonden identifiers.

Merk op dat de tekst in enkelvoud verwijst naar ‘dienst’, ‘applicatie’ en ‘infrastructuur’. Deze begrippen kunnen echter ook in meervoud gelezen worden. Het architectuurpatroon beschrijft gewenste functionaliteit voor het netwerk. Deze functionaliteit kan, conform een gedistribueerd model, door een of meerdere diensten, applicaties en infrastructuren gerealiseerd worden.

Positionering in DERA

Vindbaar maken van verbindingen.png

Het architectuurpatroon kan verbonden worden aan de bedrijfsfunctie Beheren generieke voorziening. Een requirement van deze functie is het verstrekken van informatie over relaties tussen termen en digitale informatieobjecten. Deze requirement vat de essentie van het architectuurpatroon, maar komt niet tot uitdrukking in een concrete dienst. Het is wenselijk een nieuwe dienst aan de bedrijfsarchitectuur toe te voegen, Vindbare verbindingen in erfgoedinformatie. Deze dienst is een generieke voorziening, beheerd door een Beheerder generieke voorziening.

Voetnoten

  1. Meer specifiek: de URI van de term.