Principes

Uit DERA
Ga naar: navigatie, zoeken

De principes worden op een gestandaardiseerde wijze beschreven met een rationale. Binnen de rationale wordt aangegeven op welke manier het principe de operationele doelen realiseert.

De DERA-principes zijn een uitwerking van de doelstelling van de Nationale Strategie om erfgoedinformatie vindbaar en toegankelijk te maken. Hierbij wordt rekening gehouden met de domeinspecifieke principes voor het vindbaar en toegankelijk maken van informatie die binnen het Netwerk Digitaal Erfgoed al gehanteerd worden, zoals de DUTO- en FAIR-principes.

DUTO is een lijst van eisen voor de duurzame toegankelijkheid van overheidsinformatie, die wordt ontwikkeld door het Nationaal Archief in opdracht van het ministerie van OCW. Met de DUTO-eisen kunnen overheidsorganen bepalen welke maatregelen ze moeten nemen om de digitale informatie die ze ontvangen en creëren, duurzaam toegankelijk te maken. De FAIR-principes dienen als richtlijn om wetenschappelijke data geschikt te maken voor hergebruik onder duidelijk beschreven condities, door zowel mensen als machines.

De DERA-, DUTO- en FAIR-principes vullen elkaar aan en zijn nergens strijdig met elkaar. Wel is er sprake van overlap. In volgende versies van de DERA zal gekeken worden of harmonisatie mogelijk is. Op dit moment is dit nog niet zinvol aangezien zeker de DERA- en de FAIR-principes nog in de praktijk beproefd moeten worden en dus nog aan verandering onderhevig zijn.

IDUitspraakDocumentationRationale
1Zorg dat de authenticiteit van erfgoedinformatie duidelijk isDe gebruiker moet de authenticiteit (o.a. herkomst en bewerkingen) van erfgoedinformatie kunnen vaststellen.Authenticiteit toont aan dat het informatieobject is wat het beweert te zijn, dat het is gemaakt of verzonden door de persoon of organisatie die beweert het te hebben gemaakt of verzonden en dat het is gemaakt en verzonden op het tijdstip als aangegeven bij het informatieobject (ontleend aan de NORA). Zie doel 1.2.
2Zorg dat de beschikbaarheid van erfgoedinformatie duidelijk isDe gebruiker moet de beschikbaarheid kunnen vaststellen. Dit betreft zowel de vorm van beschikbaarheid (toegang, autorisatie, formaat) als de termijn (is een video op lange termijn beschikbaar en kan deze dan nog worden gestreamd?)De beschikbaarheid bepaalt of en hoe de gebruiker het direct kan gebruiken en of het op lange termijn ook nog kan worden gebruikt, bijvoorbeeld wanneer onderzoeksresultaten moeten worden geverifieerd. Zie doel 1.2.
3Zorg dat informatie herkenbaar en gebruiksvriendelijk wordt aangebodenErfgoed moet als zodanig herkenbaar zijn en moet worden aangeboden op een manier die voor gebruikers eenvoudig te gebruiken is.Door de gezamenlijke erfgoedinformatie zoveel mogelijk op eenzelfde manier te presenteren, kan de gebruiker snel de inhoud en de bruikbaarheid van objecten van meerdere aanbieders vaststellen en vergelijken. Zie doel 1.1. Gebruiksvriendelijkheid zorgt ervoor dat de gebruiker eenvoudig kan bekijken of de erfgoedinformatie voor hem/haar interessant/bruikbaar is. Zie doel 1.2.
4Zorg voor eenduidige beschrijving van erfgoedinformatieErfgoedinformatie moet zodanig zijn beschreven dat het voor een gebruiker duidelijk is wat voor soort erfgoed het betreft en in welke vorm. Soortgelijke erfgoedinformatie moet op dezelfde manier zijn beschreven.Middels eenduidige beschrijving kan de gebruiker de bruikbaarheid vaststellen (zie doel 1.2). De eenduidige beschrijving vormt de context en maakt verder navigeren mogelijk (zie doel 1.1).
5Zorg dat erfgoedinformatie verwijstBetekenis en interpretatie van erfgoedinformatie is afhankelijk van de context. De context moet worden vastgelegd door te verwijzen naar gerelateerde en beheerde erfgoedinformatie, definities, etc.De verwijzingen vormen onderdeel van de context en helpen de bruikbaarheid van de erfgoedinformatie vast te stellen (zie doel 1.2). De verwijzingen kunnen helpen om een object vanuit de gerelateerde context vindbaar te maken (zie doel 1.1)
6Zorg dat erfgoedinformatie verwijsbaar isErfgoedinformatie is verwijsbaar wanneer er relaties tussen deze en andere erfgoedinformatie kunnen worden gelegd. Gebruikers moeten dat kunnen doen om bestaande data via verwijzingen te hergebruiken of te verrijken.Verwijzingen van derden kunnen contextinformatie opleveren die helpt te bepalen of de erfgoedinformatie bruikbaar is (zie doel 1.2). Door erfgoedinformatie verwijsbaar te maken, kunnen anderen ernaar verwijzen en kan de erfgoedinformatie eenvoudiger worden gevonden (zie doel 1.1). Door erfgoedinformatie verwijsbaar te maken, wordt het mogelijk om derden er informatie aan toe te laten voegen (zie doel 1.3).
7Respecteer de diversiteit van erfgoedinformatieErfgoedinformatie is zeer divers, zowel in aard als omvang. De diversiteit is inherent aan de organisatorische verscheidenheid van bronhouders. Een grote erfgoedinstelling heeft bijvoorbeeld andere mogelijkheden dan een kleine erfgoedinstelling. Daarnaast is de diversiteit inherent aan de inhoudelijke verscheidenheid van bronhouders. Informatie van een archief is bijvoorbeeld wezenlijk anders dan informatie van een museum - en daarmee ook de wijze waarop de informatie beschreven wordt. Deze diversiteit moet gerespecteerd worden.Bronhouders moeten zelf bepalen welke erfgoedinformatie zij beschikbaar stellen of van anderen betrekken (zie doel 1.2). Generieke voorzieningen stellen geen inhoudelijke, kwalitatieve eisen aan erfgoedinformatie: de voorzieningen zijn neutraal.
8Zorg voor gedistribueerde erfgoedinformatieGedistribueerde erfgoedinformatie is informatie die bijeen kan worden gebracht vanuit meerdere bronsystemen. Informatie wordt niet centraal aangeboden door één voorziening van één organisatie maar decentraal door meerdere voorzieningen van meerdere organisaties. Daarbij is elke organisatie een onafhankelijk knooppunt en elke voorziening een onafhankelijke toepassing. Tezamen vormen de organisaties en hun voorzieningen een netwerk dat informatie uitwisselt volgens gedeelde afspraken.Het netwerk van erfgoedinformatie is omvangrijk en uiteenlopend. Het is onmogelijk om dit netwerk centraal te organiseren en om overkoepelende voorzieningen in te richten die voldoen aan alle verschillende behoeften. Daarnaast is het onwenselijk om dit netwerk centraal te organiseren: de duurzaamheid ervan is ongewis. Daarom moeten deelnemers aan het netwerk zichzelf organiseren en eigenhandig zorgdragen voor het beschikbaarstellen en delen van erfgoedinformatie. Deze autonomie voorkomt afhankelijkheden en bevordert flexibiliteit. Tegelijk maakt het iedereen verantwoordelijk om informatie op dusdanige wijze aan te bieden dat gebruikers van de informatie geen hinder ondervinden van de verscheidenheid van het netwerk (zie doel 1.1).